Kengetallen

Het jaar 2020 wordt afgesloten met een negatief resultaat van € 532.000, over het kalenderjaar 2020 was een negatief resultaat begroot van € 493.000. De afwijking van € 39.000 betreft 0,15% van de totale baten en is weliswaar klein toch zijn er grote onderlinge afwijkingen zichtbaar.

Eind 2019 is een bestemmingsreserve gevormd ter hoogte van de kosten voor de eenmalige uitkeringen welke in februari 2020 zijn uitbetaald. De totstandkoming van de CAO 2019-2020 en het convenant aanpak lerarentekort in 2019 resulteerde in extra baten in 2019 terwijl de daaraan verbonden eenmalige uitkeringen van € 862.000 pas in 2020 uitgekeerd zijn. Doordat de kosten in 2020 vallen is het resultaat € 862.000 negatiever, in 2019 was het resultaat juist € 862.000 hoger. Wanneer het voorgenoemde bedrag gecorrigeerd wordt met het resultaat over 2020, wordt het genormaliseerde resultaat over 2020 ongeveer € 330.000 positief.

Daarnaast heeft de coronacrisis een negatieve invloed op het resultaat over 2020. Er zijn extra uitgaven gedaan met betrekking tot schoonmaaklasten, vervangingen van personeel, onderzoek naar aanpassing ventilatiesystemen en overige aanschaffingen.

Een verdere analyse is terug te lezen in de volgende paragrafen.

Kengetal Realisatie 2020 Realisatie 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Comm.Don Ondergrens Comm.Don Bovengrens Inspectie van het onderwjis
Solvabiliteit 2 79,2% 78,7% 78,5% 78,3% 20% Geen <30%
Liquiditeit 2,92 2,72 2,81 2,96 0,5 1,5 <0,75
Huisvestingsratio 0,05 0,05 0,05 0,05     >0,10
Weerstandsvermogen 0,20 0,22 0,22 0,22     <5%
Rentabiliteit -0,02 -0,02 -0,01 -0,01 0% 5% 3-jarig < 0
2-jarig <-0,05
1-jarig <-0,10
Signaleringswaarde bovenmatig eigen vermogen 1,22 1,23 1,20 1,18     >1
Personele lasten / totale baten 87,0% 85,8% 84,9% 84,9%      

Voor de beoordeling van de financiële positie hanteert Veldvest de signaleringswaarde van de Inspectie van het onderwijs en de commissie Don als referentiekader. Deze waarden zijn nadrukkelijk geen normen. Zij dienen als detectiemiddel van mogelijke problemen. De verhoudingen op de balans geven een financieel gezonde organisatie weer. De inzet van het vermogen, de reserves, wordt jaarlijks beoordeeld tijdens het samenstellen van de meerjarenbegroting om zo de financiële continuïteit te blijven waarborgen. Daarnaast maakt Veldvest gebruik van interne kengetallen en normen. De balans gerelateerde kengetallen zijn bovenstaand weergegeven.

In juni 2020 lanceerde het Ministerie van OCW een nieuwe signaleringswaarde voor reserves bij onderwijsinstellingen. De Inspectie van het onderwijs heeft op verzoek van de onderwijsministers een formule ontwikkeld voor de berekening van een signaleringswaarde voor de bovengrens van de reservepositie. Ook hier benadrukt de Inspectie van het onderwijs dat deze signaleringswaarde geen norm is maar een startpunt voor een gesprek. Wanneer een onderwijsinstelling bovenmatig eigen vermogen heeft, dus een hogere waarde dan 1 moet het bestuur in samenspraak met het interne toezichthoudend orgaan en medezeggenschapsraad bepalen welk deel aangewend gaat worden voor onderwijs, ofwel een bestedingsplan. Dit bestedingsplan is bij Veldvest al jaren verankerd in de meerjarenbegroting en de diverse bestemmingsreserves. 

Zoals in de tabel met kengetallen zichtbaar is heeft Veldvest een signaleringswaarde van 1,22. Er zijn diverse variabelen welke invloed hebben op de signaleringswaarde. Zo is de aanschafwaarde van de gebouwen en terreinen en de boekwaarde van de materiele vaste activa van belang.

In de meerjarenbegroting zoals deze in juni 2020 is goedgekeurd is een aantal scenario’s benoemd die invloed gaan hebben op de financiële bedrijfsvoering van Veldvest en meer in het algemeen binnen het primair onderwijs. Zo is bekend geworden dat de voorziening onderhoud uiterlijk in 2023 anders moet worden berekend en gepresenteerd. Voor Veldvest heeft dit gevolgen voor de vermogenspositie, er vindt een grote verschuiving plaats aan de passivazijde van de balans. Een deel van het eigen vermogen wordt toegevoegd aan de voorziening onderhoud. Daarnaast vindt er een mutatie plaats in het eigen vermogen bij de invoering van de vereenvoudiging bekostiging in 2023. Door de aanpassing waarbij de bekostiging overgaat van schooljaarbekostiging naar kalenderjaarbekostiging moet de vordering op OCW per 31-12-2022 worden afgeboekt en komt daarmee ten laste van het eigen vermogen. Dit laatste heeft geen invloed op de liquiditeitspositie van schoolbesturen.

Veldvest volgt de ontwikkelingen met betrekking tot de signaleringswaarde en de bijbehorende variabelen en blijft hierover in gesprek met de betrokkenen.


Balans

  31-12-2020 31-12-2019
Activa    
Materiële vaste activa € 4.460.000 € 4.143.000
Vorderingen € 1.689.000 € 1.659.000
Liquide middelen € 5.172.000 € 5.501.000
Totaal activa € 11.321.000 € 11.303.000
     
Passiva    
Eigen vermogen € 6.886.000 € 7.419.000
Voorzieningen € 2.082.000 € 1.629.000
Kortlopende schulden € 2.353.000 € 2.255.000
Totaal passiva € 11.321.000 € 11.303.000

Materiële vaste activa

In 2020 is voor ruim € 1.000.000 geïnvesteerd in materiële vaste activa. Aan tablets, chromebooks en overige hardware (werkplekken) is ruim € 403.000 geïnvesteerd. In 2020 is voor € 204.000 geïnvesteerd in zonnepanelen, warmtepompen en airco’s. Aan divers meubilair is bijna € 128.000 geïnvesteerd en aan leermethoden bijna € 90.000.

De investeringen, die door Veldvest worden gedaan, gebeuren altijd in het perspectief van de meerjarenbegroting, die jaarlijks in juni voor een volgende periode van vier schooljaren wordt vastgesteld. Op 19 juni 2020 is de meerjarenbegroting over de schooljaren 2020-2021 tot en met 2023-2024 goedgekeurd door de raad van toezicht.

Voor de te verwachten toekomstige investeringen wordt verwezen naar de continuïteitsparagraaf.

Tot € 5.000 kunnen de directies van de scholen investeringsuitgaven doen, mits opgenomen in de begroting. Uitgaven van € 5.000 of meer behoeven altijd de goedkeuring van het bestuur. Deze goedkeuring wordt door middel van een formeel bestuursbesluit bekrachtigd. Dit geldt zowel voor investeringen in materiële vaste activa als voor uitgaven in het kader van het groot onderhoud.

Vorderingen

De vorderingen zijn eind 2020 € 30.000 hoger dan de stand ultimo 2019.

De stijging is voor ruim € 85.000 toe te wijzen aan de vordering op het Ministerie van OCW. Door de stijgingen in de bekostiging stijgt automatisch de vordering hierop. Daarnaast is het saldo van vooruitbetaalde bedragen met ruim € 139.000 gestegen. Tegenover de stijging van de vorderingen staat gedeeltelijk een lagere vordering ten opzichte van 2019 inzake de transitievergoedingen en de exploitatiekosten MFA’s.

Eigen vermogen

Het eigen vermogen per 31 december 2020 bestaat uit de algemene reserve en bestemmingsreserves.

De bestemmingsreserve personele fricties wordt aangewend indien na vaststellen van de begroting strategische interventies, bijvoorbeeld in de groepssamenstelling, aanpassingen nodig zijn in de personele inzet die niet gecompenseerd worden door hogere baten of andere financiële meevallers. Met ingang van 2019 heeft Veldvest de voorziening voor langdurig zieken moeten vormen. In 2020 is hier per saldo ruim € 115.000 aan de voorziening toegevoegd. Dit saldo wordt ten laste van de bestemmingsreserve gebracht. Daarnaast worden de investeringen in opvolging en continuïteit ten laste van de bestemmingsreserve personele fricties gebracht.

De bestemmingsreserve Passend Onderwijs is gevormd om onder andere de landelijke verevening in de bekostiging op te vangen. Daarnaast is er in 2020 gestart met het project SBO-SO, het doel van dit project is verfijning van de selectiecriteria op basis waarvan jonge leerlingen een SO dan wel SBO advies krijgen. De extra lasten van dit project worden ten laste van de bestemmingsreserve Passend Onderwijs gebracht.

De voorfinanciering van de nieuwe school (dislocatie bs. De Brembocht) Huysackers is in 2020 € 101.000. Deze lasten worden ten laste van de bestemmingsreserve ontwikkelingen Huysackers gebracht. Aangezien de bekostigingssystematiek in het primair onderwijs gebaseerd is op de T -1 systematiek, ontvangt Veldvest pas in het schooljaar 2021-2022 baten voor de leerlingen op de locatie in Huysackers.

In 2018 zijn de bestemmingsreserves verduurzaming en ontwikkelingen ten behoeve van een school in de nieuwe wijk Huysackers gevormd. De bestemmingsreserve verduurzaming is gevormd om de (afschrijvings)kosten op te vangen van verduurzamingsmaatregelen die niet in meerjarige onderhoudsplannen (voorziening groot onderhoud) zijn opgenomen.

Alle scholen hebben eind november 2019 en gedurende 2020 hun wensen omtrent representatie en leefbaarheid van de school opgesteld. In totaal wordt er ruim € 71.000 ten laste van de bestemmingsreserve gebracht.

In 2019 is de bestemmingsreserves eenmalige CAO uitkeringen gevormd. In 2020 is deze bestemmingsreserve uitgeput doordat de eenmalige CAO uitkeringen in februari zijn uitbetaald. De uitbetaling van deze uitkering, namelijk € 862.000, geeft een vertekend beeld van het resultaat. Wanneer de baten en lasten in hetzelfde kalenderjaar zouden vallen was het resultaat van Veldvest over het kalenderjaar 2020 niet € 532.000 negatief maar € 330.000 positief.

In totaal is er middels de resultaatbestemming bijna € 1.476.000 ten laste van de hierboven genoemde bestemmingsreserves gebracht.

  Stand per 1-1-2020 Resultaat Overige mutaties Stand per 31-12-2020
Eigen vermogen        
Algemene reserve € 4.203.000 € 823.000 € - € 5.026.000
Bestemmingsreserve (publiek):        
Personele fricties € 903.000 € -268.000 € - € 635.000
Passend Onderwijs € 500.000 € -51.000 € - € 449.000
Verduurzaming € 300.000 € -2.000 € - € 298.000
Ontwikkelingen Huysackers € 350.000 € -101.000 € - € 249.000
Representatie en leefbaarheid € 300.000 € -71.000 € - € 229.000
Eenmalige CAO uitkeringen € 862.000 € -862.000 € - € -
Totaal bestemmingsreserve € 3.215.000 € -1.355.000 € - € 1.860.000
         
Totaal Eigen vermogen € 7.418.000 € -532.000 € - € 6.886.000

Voorziening onderhoud

In 2020 is er voor € 600.000 gedoteerd aan de voorziening voor groot onderhoud. Veldvest volgt de ontwikkelingen vanuit de externe verslaggeving over de vorming van de voorziening voor groot onderhoud. Uiterlijk in het boekjaar 2023 moet de voorziening groot onderhoud op een andere wijze worden gepresenteerd. Dit resulteert in het verhogen van de voorziening ten laste van het eigen vermogen.

Aan de voorziening werd in 2020 een bedrag van ruim € 267.000 onttrokken (2019 ruim € 1.086.000). Op bs. De Heiacker zijn de toiletruimtes aangepast en op diverse scholen is schilderwerk uitgevoerd en zijn er vloeren vervangen.

De stand van de voorziening groot onderhoud is per 31 december 2020 € 1.449.000, een stijging van € 332.000 ten opzichte van 31 december 2019 (€ 1.117.000).

Aanvullende informatie over huisvesting is te vinden in de paragraaf huisvesting.

Voorziening jubilea

De voorziening is opgenomen tegen een vast bedrag per FTE op balansdatum, € 1.066. De werkelijke jubilea-uitkeringen worden ten laste van deze voorziening gebracht.

Overige voorzieningen

De overige voorzieningen bestaan uit de voorziening voor langdurig zieken. Die heeft in 2020 een hoogte van € 311.028. In 2020 is een stijging van € 115.000 te zien van deze voorziening.

Kortlopende schulden

De kortlopende schulden zijn ten opzichte van 2019 met ruim € 98.000 gestegen. Een belangrijke oorzaken hiervan is de stand crediteuren per ultimo boekjaar.


Staat van baten en lasten

  Realisatie 2020 Begroting 2020 Realisatie 2019
Baten      
Rijksbijdragen ministerie OCW € 25.184.000 € 23.939.000 € 24.225.000
Overige overheidsbijdragen en -subsidies € 46.000 € 44.000 € 41.000
Overige baten € 336.000 € 271.000 € 200.000
Totaal baten € 25.566.000 € 24.254.000 € 24.466.000
       
Lasten      
Personeelslasten € 22.252.000 € 20.879.000 € 19.696.000
Afschrijvingslasten € 694.000 € 714.000 € 559.000
Huisvestingslasten € 1.355.000 € 1.388.000 € 1.400.000
Overige lasten € 1.790.000 € 1.764.000 € 1.602.000
Totaal lasten € 26.091.000 € 24.745.000 € 23.257.000
       
Financiële baten en lasten € -7.000 € -3.000 € -2.000
Resultaat € -532.000 € -494.000 € 1.207.000

Rijksbijdragen

Onder de rijksbijdragen zijn naast de bijdragen van het Rijk de baten voor de lichte en zware zorg verantwoord. Deze baten worden ontvangen vanuit het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs.

De afwijking ten opzichte van de begroting van de totale rijksbijdragen van € 1.205.000 is mede te verklaren door de aanpassingen in de normen en het convenant aanpak lerarentekort.

De afwijking ten opzichte van de begroting is in de periode januari tot en met juli € 971.000 en in de periode augustus tot en met december € 234.000. De bijstelling in de bekostiging over het schooljaar 2019-2020 en de ontvangen bijzondere en aanvullende bekostiging primair onderwijs in het kader van de vernieuwde CAO hebben invloed in de afwijking in de periode januari tot en met juli. Daarnaast is in deze periode de kabinetsbijdrage voor de loonbijstelling vanuit de referentiesystematiek 2019 verwerkt. Deze ophoging betreft de verwerking van de oploop in het functiemixbudget en een actualisatie van het bedrag per leerling voor de werkdrukmiddelen. 

In 2020 zijn er voor het schooljaar 2019-2020 bijna 192.000 aan groeigelden ontvangen. Deze groeibekostiging wordt op stichtingsniveau berekend en ontvangen. In totaal is er voor het jaar 2020 een bedrag van € 100.000 in de begroting aan groeigelden opgenomen.

In 2020 zijn de ontvangen baten voor de bijzondere bekostiging prestatiebox ruim € 686.000, € 29.000 hoger dan begroot. Deze middelen zijn onder andere ingezet voor professionalisering, aanpak werkdruk, duurzame onderwijsverbetering en cultuureducatie.

Naast bovengenoemde subsidies is in 2020 bijna € 60.000 ontvangen aan subsidies voor zij-instromers en inhaal- en ondersteuningsprogramma.

Overige overheidsbijdragen en overige baten

De overige overheidsbijdragen zijn nagenoeg conform begroting. De overige baten zijn € 65.000 hoger dan begroot. Deze baten bestaan uit de vrijval van de subsidie muziekimpuls en subsidie sterk techniekonderwijs. In de overige baten is een bedrag van ruim € 73.000 opgenomen inzake de eenmalige uitkering van het Participatiefonds in verband met de herwaardering van OOP-functies.

Personeelslasten

De gerealiseerde personele lasten bedragen in 2020 87,0% van de totale baten. De begroting geeft een verhouding van 86,0% weer, de realisatie 2019 was 80,5%.

Zoals eerder beschreven heeft Veldvest in 2019 baten ontvangen voor de CAO afspraken welke in 2019 zijn verantwoord. De uitbetaling van de salarismaatregelen heeft plaatsgevonden in februari 2020. Hierdoor is de verhouding personele lasten ten opzichte van de totale baten uit balans. Wanneer Veldvest de baten in 2020 had ontvangen was de verhouding personele lasten ten opzichte van de totale baten in 2020 83,7% geweest. 

De kosten voor lonen en salarissen bedroegen in werkelijkheid ruim € 1.100.000 meer dan was geraamd voor 2020. Het grootste verschil van deze afwijking is toe te wijzen aan de periode januari tot en met juli in verband met de niet begrote aanpassing inzake de CAO en convenant aanpak lerarentekort. Zie hiervoor paragraaf Rijksbijdragen.

In 2020 is de gemiddelde inzet in fte’s hoger dan begroot. Dit verschil wordt verklaard door diverse oorzaken. De stijging over de periode januari tot en met juli heeft grotendeels betrekking op strategische beleidskeuzes met betrekking tot een kleine school, een groeischool en investeringen in opvolging en continuïteit. Over de periode augustus tot en met december is de stijging te verklaren door de personele inzet voor het project SO/SBO en de personele inzet op de nieuwe locatie Huysackers. Deze lasten zijn niet in de meerjarenbegroting opgenomen, maar verwerkt als mutatie in de bestemmingsreserve.

Daarnaast is er een stijging in fte’s en loonkosten te zien in verband met vervangingen en langdurig zieken. In onderstaande tabel is de gemiddelde inzet van het aantal fte’s over de jaren 2019 en 2020 weergegeven. In 2020 is er ongeveer 14 fte ingezet voor vervangingen.

  2020 2019
Directie 17 15
Onderwijzend personeel 213 208
Onderwijsondersteunend personeel 70 64
Totaal fte's 300 287

Overige personele lasten

De overige personele lasten zijn bijna € 220.000 hoger dan begroot. De grootste oorzaken hiervoor zijn zichtbaar in de dotatie aan de voorziening voor langdurig zieken van € 115.000 en de inhuur van extra schoonmaakdiensten in verband met de RIVM maatregelen van ruim € 123.000. Als gevolg van het hoge ziekteverzuim is de voorziening langdurig zieken aanzienlijk opgelopen. Een tweede gevolg van het hoge ziekteverzuim is terug te zien in de stijging van de lasten bedrijfsgezondheidsdienst inzake re-integratie en begeleidingstrajecten.

Werkdrukgelden

De gelden van het werkdrukakkoord zijn ingezet door de scholen. Alle scholen hebben een zorgvuldig traject met het team van de school gelopen waarin werkdruk is gedefinieerd en besproken: hoe wordt werkdruk ervaren en welke maatregelen kunnen genomen worden om de beleving van werkdruk te verlagen. Op alle scholen zijn er keuzes gemaakt en deze keuze is bekrachtigd door instemming van de PMR.

Dit heeft in alle scholen geresulteerd in inzet van extra formatie, hierbij valt te denken aan:

  • inzet van een onderwijsassistent ter ondersteuning in groepen;
  • klassenverkleining ;
  • extra tijd voor duo’s in de groep;
  • parttime inzet leerkracht om voor alle groepen van de school wekelijks lessen te verzorgen rondom wetenschap/techniek en creatief denken;
  • meer tijd voor onderling overleg en ondersteuning in de onderbouw, middenbouw en bovenbouw.

Kosten professionalisering

 Deze kosten bedroegen over 2020 afgerond € 193.000 (2019: € 231.000). Het budget is besteed aan onder andere BHV trainingen, opleiding schoolleiders voor de (her)registratie, zij-instromers, diverse gezamenlijke trajecten voor leermonitoren en regisseurs en individuele opleidingen en cursussen.  

Beleid inzake beheersing van uitkeringen na ontslag

Alle voornemens tot ontslag worden van tevoren uitgebreid (intern en extern) juridisch gecheckt op rechtmatigheid. Veldvest maakt daarbij gebruik van de deskundigheid van een arbeidsjurist, gespecialiseerd in de sector onderwijs.

Afschrijvingslasten

De afschrijvingslasten zijn € 20.000 lager dan begroot en € 135.000 hoger dan 2019. Het verschil ten opzichte van 2019 komt met name voort uit de investeringen in inventaris en apparatuur en dan vooral de investeringen in hardware en tablets en chromebooks.

Huisvestingslasten

De huisvestingsratio bedraagt 0,05. De Inspectie van het Onderwijs heeft een signaleringsgrens van > 0,10. De totale huisvestinglasten zijn € 32.000 lager dan begroot en € 45.000 lager dan 2019.

Onder het grootboek overige huisvestingslasten zijn in de begroting bedragen opgenomen voor extra lasten corona en lasten inzake het project representatie en leefbaarheid. De daadwerkelijke lasten zijn geboekt onder personele lasten en overige instellingslasten.

Overige lasten

De totale overige lasten zijn € 25.000 hoger dan de begroting. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door de lagere uitgaven culturele vorming, reisjes en excursies en gymvervoer in verband met de coronacrisis. Tegenover de lagere uitgaven staat een bedrag van ruim, € 56.000 in verband met het project representatie en leefbaarheid.

Allocatie middelen

De personele bekostiging regulier en het budget personeels- en arbeidsmarkt beleid wordt op basis van de telling T en de gemiddelde gewogen leeftijd van Veldvest toegewezen aan de scholen. De overige subsidies vanuit het Ministerie worden rechtstreeks aan de scholen toegewezen.

De bijdragen door de scholen aan bovenschools/collectief geschiedt op basis van de rijksvergoeding van de school afgezet tegen de totale rijksvergoeding van Veldvest op basis van de telling T. De hoogte van het collectieve component wordt vastgesteld tijdens het begrotingsproces.

De bijdragen vanuit de scholen worden ingezet voor onder andere dotatie voorziening groot onderhoud, professionalisering, salariskosten stafbureau en college van bestuur, bedrijfsgezondheidszorg, verzekeringen, administratiekantoor en deskundigenadvies.

Onderwijsachterstanden

Vanaf het schooljaar 2019-2020 ontvangen de scholen de middelen voor onderwijsachterstanden op basis van de achterstandscores van het CBS. Voorheen werden deze middelen bepaald op basis van de gewichten van leerlingen. Binnen Veldvest zijn er 3 scholen die, op basis van de nieuwe regeling, recht hebben op deze middelen.

Deze middelen worden rechtstreeks aan de scholen toegewezen. Op basis van de oude regelingen ontvingen de betreffende scholen ook de middelen. De organisatie van de scholen is hierop ingericht, dit betreft grotendeels door extra ondersteuning in de klassen.


Treasury

In 2020 is het treasurystatuut van Veldvest geactualiseerd en vastgesteld door de raad van toezicht. Het treasurybeleid is ondergeschikt en dienend aan de primaire doelstelling van Veldvest, het geven van onderwijs.

Met het oog op het afdekken van financiële risico’s en het financieren van geplande investeringen worden reserves en voorzieningen opgebouwd.

De liquide middelen staan op spaarrekeningen en lopende rekeningen. Het beleid van Veldvest ten aanzien van het beleggen en belenen van overtollige publieke middelen in 2020, conform de richtlijnen van de Rijksoverheid, is uitermate risicomijdend geweest.

In het kasstroomoverzicht is af te lezen dat het saldo van de liquide middelen met € 328.000 is gedaald. Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. In deze afname is de eenmalige uitkering van € 862.000 opgenomen inzake de vastgestelde CAO 2019-2020 en het convenant aanpak lerarentekort. De baten van € 862.000 zijn in 2019 ontvangen.

Kasstroomoverzicht  2020 2019
Kasstroom uit operationele activiteiten      
           
Saldo Baten en Lasten € -525.000   € 1.210.000  
           
Aanpassingen voor:        
  Afschrijvingen € 681.000   € 549.000  
  Mutaties voorzieningen € 453.000   € -477.000  
  Herwaardering  € -   € -  
           
Veranderingen in vlottende middelen:        
  Voorraden        
  Vorderingen € -30.000   € -130.000  
  Schulden € 98.000   € -45.000  
Totale kasstroom uit bedrijfsoperaties   € 677.000   € 1.107.000
           
Ontvangen interest € 0   € 0  
Betaalde interest € -7.000   -2.000  
      € -7.000   € -2.000
           
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten € 670.000   € 1.105.000
           
Kasstroom uit investeringsactiviteiten      
Investeringen in materiële vaste activa     € -1.011.000   € -691.000
Desinvesteringen in materiële vaste activa     € 13.000   € 10.000
           
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten € -998.000   € -681.000
           
Kasstroom uit financieringsactiviteiten € -   € -
           
Mutatie liquide middelen   € -328.000   € 424.000
           
Beginstand liquide middelen   € 5.501.000   € 5.077.000
Mutatie liquide middelen   € -328.000   € 424.000
           
Eindstand liquide middelen   € 5.173.000   € 5.501.000

Huisvesting

Veldvest heeft 16 scholen welke gehuisvest zijn in de gemeente Veldhoven en gemeente Eersel. De feitelijke situatie van de gehuisveste scholen in 2020 is als volgt:

Gemeente Veldhoven

Overzicht in gemeente Veldhoven gehuisveste scholen:

MFA Noord     SO-afdeling Prins Willem Alexander School
MFA Midden bs. EigenWijs
SBO De Verrekijker
MFA Zuid   bs. Op Dreef
Kempen Campus VSO-afdeling Prins Willem Alexander School
Overige scholen  bs. Sint Jan Baptist
bs. De Berckacker
bs. De Heiacker
bs. aan ‘t Heike
bs. Zeelsterhof
bs. De Rank 
bs. De Brembocht
bs. De Brembocht/Huysackers
bs. De Meerhoef

Gemeente Eersel

Overzicht in gemeente Eersel gehuisveste scholen:

MFA De Rosdoek in Wintelre bs. De Disselboom
MFA Knegsel in Knegsel  bs. Meester Gijbels
Overige scholen  bs. Sinte Lucij in Steensel
bs. St. Lambertus in Vessem

Eind 2020 heeft bs. De Brembocht, locatie Huysackers de tijdelijke huisvesting in de wijk Zilverackers-Huysackers in gebruik genomen. In 2021 wordt het traject opgestart tot realisatie van een nieuw schoolgebouw, samen met andere partners, dat in het schooljaar 2023-2024 in gebruik wordt genomen.

De gemeente Veldhoven is zowel economisch als juridisch eigenaar van de Veldvestscholen in Veldhoven. Voor de gemeente Eersel geldt dat alleen voor de MFA’s in Wintelre en Knegsel. Beide gemeenten hebben de afgelopen jaren geïnvesteerd in gebouwelijke verbreding, waardoor onder andere adequate huisvesting van kinderopvang mogelijk is gemaakt. Bestaande gebouwen werden aangepast. Nieuwe multifunctionele accommodaties (MFA’s) werden gebouwd.

In 2019 is gestart met het Integraal Huisvestingsplan (IHP) van de gemeente Veldhoven. In februari 2020 is in de besluitvormende raadsvergadering van de gemeente Veldhoven door middel van een unaniem aangenomen amendement het IHP gewijzigd en vastgesteld. In november is het temporiseringsvoorstel  door middel van een collegebesluit vastgesteld. Hierdoor zijn de aanpassingen voor bassischolen aan ’t Heike, De Meerhoef en Zeelsterhof met drie jaar uitgesteld.

Aan het begin van het schooljaar 2020-2021 heeft bs. St. Jan Baptist de tijdelijke voorziening, oftewel het bijgebouw, in gebruik genomen. Er was al enige tijd behoefte aan aanvullende vierkante meters onderwijshuisvesting door de groei in de wijk Oerle.

Volgens de PO-Raad, de VO-raad en de VNG wordt op dit moment door een aantal tekortkomingen in het huidige huisvestingsstelsel, publiek geld inefficiënt ingezet voor onderwijshuisvesting in het PO/VO. Zij hebben daarom op 14 december 2016 een gezamenlijk plan opgesteld, waarmee ze deze knelpunten willen wegwerken. Dit plan met concrete voorstellen is in december 2016 naar de staatssecretaris van OCW gestuurd. In 2019 heeft het kabinet het huisvestingsvoorstel opgenomen in het klimaatakkoord. Wanneer de voorstellen zijn verankerd in wetgeving is nog onduidelijk.

Naast het uitvoeren van de maatschappelijke onderwijstaak hecht Veldvest belang aan het thema duurzaamheid, zodoende is er in 2018 een bestemmingsreserve gevormd. Binnen de mogelijkheden stelt Veldvest investeringsplannen op waarmee op termijn de terugverdieneffecten zichtbaar zijn. In 2020 zijn er, nadat de daken zijn vervangen en geïsoleerd, zonnepanelen geplaatst op bs. De Brembocht en bs. De Berckacker. Veldvest kiest ervoor om bij natuurlijke onderhoudsmomenten het thema duurzaamheid te integreren.

In 2011 heeft Veldvest door middel van cofinanciering van de gemeente Veldhoven en het Ministerie (Regeling verbetering binnenklimaat) fors geïnvesteerd in het binnenklimaat binnen de schoolgebouwen in de gemeente Veldhoven. Op basis van de verwachte bezetting van de leerlingen zijn er destijds WTW-units in de klaslokalen geïnstalleerd. Op basis van zichtbare monitoring van het CO2 niveau, wordt het klaslokaal van verse buitenlucht voorzien.

In september is er een steekproef gehouden in het schoolgebouw naar aanleiding van de oproep van de Minister, specifiek gericht op de leslokalen. Het doel was om de luchtverversing te analyseren of deze voldoet aan de grenswaarden CO2 concentratie. Uit het onderzoek is gebleken dat een aantal locaties en/of lokalen niet voldoen.

Veldvest heeft als doel gesteld dat alle schoollocaties minimaal moeten voldoen aan de eis Frisse scholen klasse B (Binnen Klasse B conform PvE Frisse scholen 2015). Hiervoor zijn aanpassingen nodig in de verschillende schoolgebouwen. Door de aanschaf en installatie van ventilatiesystemen vindt er een duurzame investering plaats, waardoor het binnenklimaat voldoet aan de gesteld eisen. Veldvest heeft, via de gemeente Eersel en Veldhoven, het bericht ontvangen dat de SUVIS (Specifieke uitkering ventilatie in scholen) aanvragen positief zijn beschikt. Dit betekent een subsidie van maximaal 30% van de investering.


Continuïteitsparagraaf

Het doel en ook de kracht van de continuïteitparagraaf ligt in de discussie, die de instelling intern voert over de verwachte effecten van het geformuleerde beleid in de komende jaren. Het is daarbij uiteraard denkbaar, dat de realisatie in de toekomst in meer of mindere mate afwijkt van de informatie in de continuïteitparagraaf. De onzekerheid, die inherent is aan het calculeren van toekomstige baten en lasten, vraagt om het nodige voorbehoud en ook de gang van zaken in de praktijk kan aanleiding geven tot latere aanpassing van hetgeen eerder is voorzien.

Meerjarenbegroting

Op 19 juni 2020 is de meerjarenbegroting over de schooljaren 2020-2021 tot en met 2023-2024 goedgekeurd door de raad van toezicht. In de in deze paragraaf opgenomen meerjarenbegroting zijn de schooljaren herleid naar kalenderjaren. De onderhavige meerjarenbegroting is gebaseerd op het meest waarschijnlijke scenario.

Ten tijde van het opstellen van deze continuïteitsparagraaf is de meerjarenbegroting over de schooljaren 2021-2022 tot en met 2024-2025 onderhanden. Hierin worden de actuele gegevens en inventarisaties van onder andere leerlingprognose, personele inzet, Nationaal Programma Onderwijs, investeringen in activa, groot onderhoud en werkdrukverlaging opgenomen. De vaststelling van de meerjarenbegroting vindt plaats in juni 2021.

De basis voor een groot aantal berekeningen van de bekostiging in de meerjarenbegroting en het meerjaren formatieplan wordt gevormd door de prognose van het aantal leerlingen voor de komende jaren. Deze ramingen zijn in april 2019 en april 2020 aangeleverd door de directies van de scholen.

In onderstaande grafiek worden de leerlingaantallen weergegeven zoals die in de meerjarenbegroting geprognosticeerd zijn op peildatum 1 april 2019 en 1 april 2020. De prognose van het aantal leerlingen in de nieuwe school (dislocatie) in de wijk Huysackers is hierin niet opgenomen.

aantal leerlingen
aantal leerlingen
  2018 2019 2020 2021 2022 2023
1 april 2019 3370 3411 3414 3460 3463 3463
1 april 2020 3370 3398 3425 3425 3424 3462
  Realisatie 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023
         
Activa        
Materiële vaste activa € 4.460.000 € 4.486.000 € 4.145.000 € 3.729.000
Vorderingen € 1.689.000 € 1.659.000 € 1.659.000 € 1.659.000
Liquide middelen € 5.172.000 € 4.461.000 € 4.675.000 € 5.016.000
Totaal activa € 11.321.000 € 10.606.000 € 10.479.000 € 10.404.000
         
Passiva        
Eigen vermogen        
Algemene reserve € 5.026.000 € 5.402.500 € 5.420.000 € 5.358.500
Bestemmingsreserves € 1.860.000 € 1.537.500 € 1.345.000 € 1.272.500
Voorzieningen € 2.082.000 € 1.412.000 € 1.460.000 € 1.519.000
Kortlopende schulden  € 2.353.000 € 2.254.000 € 2.254.000 € 2.254.000
Totaal passiva € 11.321.000 € 10.606.000 € 10.479.000 € 10.404.000

In de meerjarenbalans zijn de gerealiseerde cijfers over 2020 verwerkt en de begrote cijfers over de jaren 2021, 2022 en 2023. Doordat de meerjarenbegroting is vastgesteld in juni 2020 en is opgesteld op basis van schooljaren sluiten de saldi van het eigen vermogen en liquide middelen per eind 2020 en begin 2021 niet op elkaar aan.

De investeringsbegroting is verwerkt in de meerjarenbegroting. De jaarlijkse investeringen en afschrijvingen hebben invloed op de materiële vaste activa.

De wijzigingen in het eigen vermogen worden veroorzaakt door de exploitatiesaldi van de verschillende jaren. Mutaties in de voorzieningen vinden plaats door middel van stortingen en onttrekkingen. De stortingen komen ten laste van de exploitatierekening van het betreffende jaar. Onttrekkingen worden rechtstreeks ten laste van de voorzieningen geboekt. De onttrekkingen hebben betrekking op gepland onderhoud volgens de diverse meerjaren onderhoudsplanningen uit 2018, welke jaarlijks worden geactualiseerd.

  Realisatie 2020 € Begroting 2021 € Begroting 2022 € Begroting 2023
         
Baten        
Rijksbijdragen ministerie OCW € 25.184.000 € 24.659.000 € 24.669.000 € 24.681.000
Overige overheidsbijdragen € 46.000 € 45.000 € 45.000 € 45.000
Overige baten € 336.000 € 235.000 € 144.000 € 121.000
Totaal baten € 25.566.000 € 24.939.000 € 24.858.000 € 24.847.000
         
Lasten        
Personeelslasten € 22.252.000 € 21.394.000 € 21.112.000 € 21.089.000
Afschrijvingen € 694.000 € 809.000 € 867.000 € 834.000
Huisvestingslasten € 1.355.000 € 1.410.000 € 1.388.000 € 1.379.000
Overige lasten € 1.790.000 € 1.744.000 € 1.659.000 € 1.670.000
Totaal lasten € 26.091.000 € 25.357.000 € 25.026.000 € 24.972.000
         
Financiële baten en lasten € 7.000- € 8.000- € 8.000- € 8.000-
         
Resultaat € 532.000- € 426.000- € 176.000- € 133.000-

De reguliere personele bekostiging, het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid en de prestatiebox zijn gebaseerd op de normen 2020-2021, die op 25 maart 2020 zijn gepubliceerd door het Ministerie van OCW.  De gelden vanuit het werkdrukakkoord zijn verwerkt in het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid. De totale rijksbijdragen inclusief de budgetten voor lichte en zware ondersteuning in het kader van Passend Onderwijs, dalen in de meerjarenbegroting. Ondanks de stijging van het aantal leerlingen wordt dit veroorzaakt doordat de bijzondere bekostiging wegens samenvoeging scholen eindigt vanaf het schooljaar 2021-2022. Daarnaast is er voor de eerste 2 schooljaren tussentijdse groeibekostiging opgenomen. Voor de jaren daarna is deze moeilijk te berekenen.

De materiële instandhouding is gebaseerd op de bekostigingsbedragen voor het programma van eisen zoals dit in oktober 2019 voor het kalenderjaar 2020 is vastgesteld.

Er is geen rekening gehouden met de herverdeeleffecten modernisering bekostiging. Vanwege de geplande wetswijziging kan de nieuwe berekeningssystematiek op zijn vroegst per kalenderjaar 2023 worden doorgevoerd, beginnend met een overgangsregeling van drie jaar. Op basis van de indicaties, gebaseerd op de telgegevens en de GGL per 1 oktober 2019, zou Veldvest een negatief effect kennen van € 81.000.

Er is rekening gehouden met uitstroom van personeel op basis van de wettelijke AOW leeftijd of indien bekend eerder. De begrote salariskosten zijn gebaseerd op het aantal benodigde fpe’s (formatieplaatseenheid). In onderstaande grafiek is de totale inzet in fte’s, inclusief de verwachte inzet ten laste van het intern vervangingsfonds, duurzame inzetbaarheid en ouderschapsverlof, voor de komende jaren weergegeven.

  2018 2019 2020 2021 2022 2023
OP 206 208 213 212 211 211
OOP 58 64 70 70 70 70
Directie 16 15 17 17 16 16
Totaal 280 287 300 299 297 297

Lerarentekort

Voor het invullen van vacatures zijn concurrerende stichtingen vroegtijdig bezig met werving van personeel. Ook Veldvest heeft hierop geanticipeerd door vroegtijdig de prognose op te stellen voor het volume van het aantal fpe’s en dus het aantal medewerkers. De gelden vanuit het werkdrukakkoord zorgen voor extra inzet in formatie. De druk op het volume van beschikbare leerkrachten is daardoor opgelopen. Het aantal afstudeerders aan de Pabo is nog substantieel. Vervangingen kunnen in toenemende mate niet ingevuld worden door vervangers. Veldvest ziet nog steeds de bereidheid en betrokkenheid van de vaste medewerkers om de vervangingen op de eigen school op te lossen door middel van tijdelijke uitbreidingen.

Ontwikkelingen verbonden partijen

Er zijn op dit moment geen bijzondere ontwikkelingen met de verbonden partij Stichting Samenwerkingsverband PO De Kempen.

  Realisatie 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023
         
Kasstroom uit operationele activiteiten        
         
Saldo baten en lasten € -525.000 € -369.583 € -153.583 € -147.417
Aanpassingen voor afschrijvingen € 681.000 € 829.000 € 862.667 € 827.667
Aanpassingen voor voorzieningen € 453.000 € -119.208 € 72.846 € 28.731
Veranderingen in vlottende middelen € 68.000 €   - €   1 €   2
Totaal € 677.000 € 340.208 € 781.930 € 708.983
         
Kasstroom uit investeringsactiviteiten        
Investeringen materiële vaste activa € -1.011.000 € -788.750 € -479.333 € -442.083
Desinvesteringen immateriële vaste activa € 13.000 €   - €   1 €   2
Totaal  € -998.000 €   -788.750 €   -479.332 €   -442.081
         
Kasstroom uit financieringsactiviteiten €   -7.000 €   - €   - €   -
         
Saldo liquide middelen 31 december T-1 € 5.501.000 € 4.101.750 € 3.653.208 € 3.955.806
Mutatie Liquide middelen € -328.000 € -448.542 € 302.598 € 266.901
Eindsaldo liquide middelen € 5.173.000 € 3.653.208 € 3.955.806 € 4.222.707

In het meerjaren kasstroomoverzicht is uitgegaan van de gerealiseerde cijfers over 2020 en de begrote cijfers over de jaren 2021, 2022 en 2023. Doordat de meerjarenbegroting, vastgesteld in juni 2020 is opgesteld op basis van schooljaren, sluiten de saldi van de liquide middelen eind 2020 en begin 2021 in het meerjaren kasstroomoverzicht niet op elkaar aan.

Meerjaren investeringsbegroting

De raming van de investeringen is gebaseerd op de input ontvangen van de schooldirecties in de periode maart tot en met mei 2020. Voor de planning van de ICT investeringen is de stafmedeweker ICT op aanvraag in overleg gegaan met de scholen om het onderwijskundig doel en gebruik te bespreken.

Gedurende het traject van het opstellen van de meerjarenbegroting is geïnvesteerd in meer inzicht en een beleidsrijkere investeringsbegroting. In de eerste jaren van de meerjarenbegroting worden er hogere bedragen geïnvesteerd. Enerzijds heeft dit betrekking op investeringen in duurzaamheid en het project representatie en leefbaarheid. Anderzijds wordt er het eerste jaar geïnvesteerd in apparatuur voor de leerlingen en werkplekken voor de medewerkers. In de realisatie wordt verwacht dat de investeringen zoals deze in de meerjarenbegroting zijn opgenomen zich meer zullen spreiden gedurende de eerste jaren van de begrotingsperiode.

Onderstaand overzicht geeft een indicatie van de opgenomen investeringen per schooljaar. Op basis van deze investeringen zijn de afschrijvingskosten per schooljaar berekend.

Omschrijving 2020 2021 2022 2023
Leermiddelen € 90.000 € 196.000 € 147.000 € 95.000
ICT € 403.000 € 251.000 € 221.000 € 256.000
Digiborden € 37.000 € 89.000 € 68.000 € 86.000
Meubilair € 128.000 € 48.000 € 3.000 € -
Gebouw(inrichitng), speelterrein € 312.000 € 86.000 € 11.000 € 5.000
Vervoersmiddelen € - € 18.000 € 13.000 € -
Overige investeringen € 131.000 € 100.000 € 17.000 € -
Totaal € 1.011.000 € 592.000 € 333.000 € 347.000

Risicoparagraaf

Rapportage aanwezigheid en werking van het interne risicobeheersings- en controlesysteem

Door de inrichting van beleidsgroepen worden onder andere risico’s ten aanzien van de kwaliteit van het onderwijs en het integraal personeelsbeleid in beeld gebracht en worden, daar waar nodig adequate maatregelen genomen. Voornoemde beleidsgroepen rapporteren halfjaarlijks aan het college van bestuur. De samenvatting van deze rapportages wordt vervolgens besproken in de raad van toezicht en de GMR.

Financiële rapportages worden drie keer per jaar uitgebracht. De planning en control cyclus is gebaseerd op schooljaar, niet op kalenderjaar.

Ten aanzien van risico’s wordt aandacht besteed aan belemmerende factoren bij:

  • het verwezenlijken van de organisatiedoelen;
  • het handelen volgens de geldende wet- en regelgeving (compliance); 
  • interne afspraken; 
  • het naar behoren verlopen van de exploitatie.

Bij het verkennen van mogelijke scenario’s is het gewenst een aantal begripsomschrijvingen nader te duiden.

Omgevingsverkenning Het inventariseren van ontwikkelingen, gebeurtenissen, trends, tegentrends en trendbreuken, waarop de organisatie zelf niet of nauwelijks direct invloed kan uitoefenen, maar die wel van invloed zijn op die organisatie.
Scenario’s De vertaling van de uitkomsten uit de omgevingsverkenning in toekomstbeelden. Het gaat om een toekomstige omgeving, waarin de organisatie terecht zou kunnen komen, maar waarop ze geen direct invloed heeft. In een scenario staat alleen die toekomst centraal, en het gaat dus nog niet om het vinden van manieren waarop de organisatie op een dergelijke toekomst kan reageren.
Optie Een optie beschrijft een mogelijke reactie van de organisatie op toekomstige omstandigheden. Wat zijn eigenlijk de mogelijkheden om succesvol op een toekomstige omgeving te anticiperen of te reageren? 
Routekaart De routekaart geeft kort aan waar de organisatie op dit moment staat, waar ze in de toekomst heen wil (visie) en wat er moet gebeuren om daar te komen, gelet op scenario’s en opties. De routekaart gaat in op wie, wat, wanneer en hoe en geeft richting aan het concrete handelen.

 

Omgevingsverkenning Scenario Risico/kans Opties/maatregelen Routekaart
School Huysackers Snelle groei van het aantal leerlingen.
 
Kwaliteitsrisico Anticiperen en voorsorteren van (toekomstige) medewerkers Wie: allen
Wanneer: continu
Verduurzaming Onduidelijk-heid waar de verantwoorde-lijkheden liggen. Hoge kosten met lange terugverdientijd Consequenties dekken uit de bestemmingsreserve verduurzaming Wie: Huisvesting en FZ
Wanneer: continu
Hoe: IHP, jaarplannen
Toekomst passend onderwijs Aanpassen systeem passend onderwijs Negatieve financiële consequenties van aangepaste wet-en regelgeving
Kwaliteit van het onderwijs
Consequenties dekken uit de bestemmingsreserve passend onderwijs Wie: BPO en FZ
Wanneer: continu
Knelpunten onderwijshuisvesting Huisvesting
Dossiers
Veldvest
Onduidelijke en onvolledige wet- en regelgeving
Onduidelijkheid verloop IHP gemeente Veldhoven en Eersel
Zie toelichting hieronder  
Onvoorspelbare overheid Verhouding personele lasten/totale baten hoger dan 85% doordat bekostiging niet volledig is of achterblijft
Modernisering bekostiging
Onduidelijkheid of onvolledige indexatie van de bekostiging
Op basis van 1-10-2019 ontvangt Veldvest € 81.000 minder bekostiging
Aanhouden bufferliquiditeit/ aanwenden bestemmingsreserves
Zodra regeling definitief anticiperen in FPE norm, overgangsregeling
Wie: PZ-FZ
Wanneer: Continu
Groeibekostiging Groeibekostiging blijkt hoger dan begroot   Maandelijks monitoren Wie: PZ-FZ
Wanneer: Continu
Middelen aanpak werkdruk Geen compensatie voor de schooljaren 2022-2023 en 2023-2024 2 schooljaren minder baten terwijl personeel wel is ingezet
Eventuele dekking uit bestemmingsreserve personele fricties
Publicaties OCW en PO-raad blijven volgen Wie: PZ-FZ
Wanneer: continu
Corona-crisis Onduidelijkheid verlenging en toekomstige maatregelen. Kwaliteitsrisico
Inzet vervangingen
Aanwenden bufferliquiditeit. Toekomstige uitgaven verwerken in meerjarenbegroting. Wie: allen
Wanneer: continu
Cyberrisico’s  Datalekken Reputatieschade
Continuïteit primaire proces en bedrijfsvoering
Aanstellen functionaris gegevensbescherming
Bewustwording medewerkers
Betrouwbare back-up procedure
Wie: Allen
Wanneer: continu

Knelpunten onderwijshuisvesting

Door een aantal tekortkomingen in het huidige huisvestingsstelsel onderwijs wordt publiek geld op dit moment inefficiënt ingezet voor onderwijshuisvesting. De PO-Raad, de VO-Raad en de VNG hebben daarom de handen ineengeslagen en een gezamenlijk plan gepresenteerd, waarmee ze deze knelpunten willen wegwerken.

Op dit moment zijn gemeenten verantwoordelijk voor de nieuwbouw van de schoolgebouwen en de schoolbesturen voor het onderhoud. Over renovatie zijn echter geen afspraken gemaakt. Daarnaast ontbreken er regels, die bepalen wie verantwoordelijk is voor vervangende nieuwbouw en verbiedt de wet schoolbesturen om onderwijsgeld te investeren in nieuwbouw van scholen.

De concretisering van het huisvestingsvoorstel gaat uit van het handhaven van de huidige financieringsstromen. Aanvullend kan de versoepeling van het investeringsverbod leiden tot een gezamenlijke financiering die de kwaliteit van onderwijshuisvesting kan vergroten dan wel het moment van investeren kan vervroegen. De verwachting, die meerdere keren is bijgesteld,  is dat het wetsvoorstel in het najaar van 2021 naar de Tweede Kamer wordt gestuurd.

Toetsing financiële positie

Het rapport van de Commissie Vermogensbeheer Onderwijsinstellingen (Don) stelt het begrip “kapitaal” centraal. “Kapitaal” verwijst hier naar de som van de bezittingen. “Vermogen” verwijst naar de wijze waarop die bezittingen zijn gefinancierd, namelijk met eigen of vreemd vermogen. In geen geval moet kapitaal of vermogen worden beschouwd als een synoniem voor liquide middelen.

Het voorliggende model voor de toetsing van de financiële positie is ontwikkeld door de financiële specialisten van de PO Raad op basis van de bevindingen van de Commissie Don. In deze toetsing staat het begrip “financiële ruimte” centraal. Deze ruimte wordt bepaald door het verschil tussen het werkelijk aanwezig kapitaal en het benodigd kapitaal.

Bij de toetsing is voorlopig uitgegaan van de kengetallen, die de Commissie Don heeft opgesteld voor de verschillende functies, die het kapitaal vervult. Dit betreffen de spaarfunctie, transactiefunctie en bufferfunctie. De Commissie Don hanteert een norm voor de bufferfunctie van 5% van de totale baten. De hoogte van de bufferliquiditeit in de meerjarenbegroting schommelt rond € 1.200.000. Het is van belang om te beseffen, dat bufferliquiditeiten alleen zorgen voor een tijdelijke opvang van financiële gevolgen.

Aan de hand van de toetsing van de financiële positie en de voorgenoemde kengetallen kan geconcludeerd worden, dat het kapitaal van Veldvest gedurende de looptijd van de meerjarenbegroting op orde is. Het begrotingstekort van de meerjarenbegroting kan met eigen middelen worden gefinancierd.


Volledige jaarrekening 2020