Strategische thema's

Op basis van de gekozen strategische richting worden een tweetal domeinen onderscheiden: Onderwijs en Bedrijfsvoering. Deze domeinen worden door beleidsgroepen projectmatig uitgewerkt.

Alle directeuren zijn verdeeld over zes beleidsgroepen. De beleidsgroepen zijn samengesteld uit leden van het Directeurenberaad (directieleden plus een aantal leden van het aansturingsteam van de verschillende scholen). De leden van de gmr zijn uitgenodigd om te participeren in een beleidsgroep.
De agenda van het Directeurenberaad wordt in grote mate bepaald door deze beleidsgroepen. De scholen stellen hun jaarplan (speerpunten van verbetering of verandering) mede vast op basis van het in het Directeurenberaad vastgestelde beleid. 

Ondanks het feit dat vanaf maart 2020 fysieke bijeenkomsten nauwelijks meer mogelijk waren, hebben de beleidsgroepen via MS Teams vergaderd. Dit heeft niet verhinderd dat het beleidsvoorbereidende vermogen van de beleidsgroepen in 2020, verder is vergroot. Hieronder volgt een overzicht van de activiteiten en resultaten van de beleidsgroepen in 2020.

In 2020 is de voortgang van de beleidsgroepen niet gevangen in een rapportage volgens de QOFTIM (Quality, Organisation, Facilities, Time, Information, Money) systematiek. De voorzitters van de beleidsgroepen hebben door middel van een presentatie in het Directeurenberaad het bestuur en de vergadering op de hoogte gehouden van de voortgang en de ontwikkelingen op de strategische thema’s. Hierdoor is een adequaat beeld geschetst van de aard van de realisatie en praktische vormgeving van de doelen van de strategische agenda.

Veldvest zet onverkort de ondersteuning van de professional door in het onderwijskundige en pedagogische domein, zoals dat het hart van het strategische beleid vormt. De verwevenheid tussen de diverse beleidsgroepen blijkt meer en meer en dit resulteert in een verdergaande afstemming, teneinde de kwaliteit van de scholen te verhogen.


Beleidsgroep Kwaliteit

Wat we bereikt hebben:

  • in 2020 zouden alle reguliere scholen en de SBO de Eindtoets afnemen. Door de ‘Coronapandemie’ is de Eindtoets voor alle leerlingen niet afgenomen;
  • de schoolstandaard komt nadrukkelijker in beeld. Elke school heeft kennis opgedaan ten opzichte van nieuwe schoolweging en de referentieniveaus;
  • scholen komen tot zelfevaluatie waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden van ParnasSys en de WMK-kaarten. De interventies op schoolplanniveau worden beschreven op leerkrachtniveau/-vaardigheden, lesaanbod, pedagogisch didactisch handelen en monitoring;
  • alle scholen, behalve de PWA, gebruiken binnen ParnasSys Zien! De leerlingvragenlijsten voor de leerlingen uit groep 5 t/m 8 worden uitgewisseld met DUO;
  • de tevredenheidspeilingen zijn afgenomen in februari 2020;
  • om de kwaliteit in beeld te krijgen worden verschillende instrumenten en vormen gebruikt:  zelfevaluatie, collegiale visitatie en de audits. Dit kan op initiatief van de school of vanuit de beleidsgroep.

De belangrijke verworvenheid van de afgelopen jaren is de mate waarin de directies zich steeds vanzelfsprekender openstellen voor sparring met anderen om hun eigen beleid stevig vorm te geven. De collegiale visitatie wordt gezien als een waardevol instrument

De basis voor een systematische kwaliteitsverbetering is een goede zelfevaluatie. Dat geldt zowel voor het schoolteam dat de onderwijsresultaten analyseert en evalueert, als voor het schoolbestuur dat de goede vragen stelt aan de school. In de praktijk kent een (zelf)evaluatie verschillende vormen, waarvan doorgaans een onderlinge visitatie of een interne of externe audit deel uitmaakt. Twee leden van de beleidsgroep Kwaliteit hebben de auditorentraining van de PO raad gevolgd. Dit om te komen tot een aanbeveling op welke wijze de zelfevaluatie op Stichtings- en schoolniveau duurzaam verbeterd kan worden. Dit heeft geresulteerd in het draaiboek ”zelfevaluatie en auditsystematiek”.

Samenwerking met overige beleidsgroepen is steeds meer van belang. Hierdoor is het mogelijk om beter zicht te krijgen op de diverse scholen vanuit de verschillenden beleidsgroepen en af te stemmen op de ondersteuningsbehoefte. Dit schooljaar heeft de beleidsgroep Kwaliteit intensiever samengewerkt met de beleidsgroep Passend Onderwijs om tegemoet te komen aan de ondersteuningsvragen vanuit de scholen. Tevens hebben twee leden van de beleidsgroep Kwaliteit zitting in het auditteam, waarvan een lid de voorzitter is.

De toetskalender is opgesteld door de beleidsgroep Kwaliteit. Nieuwe ontwikkelingen en kennis hebben geleid tot een wijziging in de toetskalender 2019-2020. De lockdown periode heeft invloed gehad op het onderwijs en de planning. De niet-methode gebonden toetsen zijn afgenomen in juli en in de periode tot aan oktober 2020. De gegevens uit de niet-methode gebonden toetsen zijn summatief en formatief ingezet. De scholen hebben de gegevens gebruikt om het aanbod en het onderwijs in te richten.

De beleidsgroep volgt de ontwikkelingen van de overheid met betrekking tot het gebruik van toetsen in het kleuteronderwijs. Het standpunt van Veldvest blijft vooralsnog onveranderd. Op de toetskalender zijn de toetsen voor groep 1-2 opgenomen. Deze toetsen hebben een signalerend karakter. De mogelijkheden van het beredeneerd aanbod voor groep 1-2 en de inzet van landelijk genormeerde toetsen worden herzien en opgenomen in de toetskalender 2021-2022.

In de jaarcyclus wordt de scholen verzocht de adviezen VO, de voorspelling Eindtoets en de daadwerkelijke resultaten door te geven aan de beleidsgroep. In 2020 is geen Eindtoets afgenomen.


Beleidsgroep ICT

Wat we bereikt hebben:

  • er wordt blijvend onderzoek gedaan naar nieuwe ontwikkelingen op ICT gebied welke passend kunnen zijn bij Veldvest;
  • tijdens de eerste periode van schoolsluiting zijn er in snel tempo kansrijke initiatieven ontplooid. Er zijn gesprekken gevoerd met de onderwijskundig leiders met als thema: digitalisering in de coronaperiode. De eerste verworvenheden ‘good practices’ zijn in beeld gebracht;
  • op alle scholen van Veldvest is de toepassing MSTeams geïmplementeerd tijdens de eerste periode van schoolsluiting. Er heeft een doorontwikkeling plaatsgevonden en inmiddels wordt MSTeams binnen alle lagen van de organisatie ingezet op het niveau van leerlingen, ouders en personeel;
  • op de scholen is een attitudeverandering ten aanzien van ICT-toepassingen merkbaar. Op iedere school zijn er een of meerdere leerkrachten werkzaam die als katalysator fungeren voor de inbreng van (nieuwe) mogelijkheden van ICT ten behoeve van het onderwijs;
  • de beleidsgroep volgt ontwikkelingen rondom programma’s zoals Snappet en Gynzy. De programma’s dragen niet zomaar bij aan de bredere doelstellingen zoals beschreven in het ICT-beleidsplan. De toegevoegde waarde van ICT-toepassingen is en blijft sterk afhankelijk van de inzet, begeleiding en monitoring door de leerkracht. De leermonitoren nemen steeds meer rol met betrekking tot de didactische inzet van ICT en de regisseurs met betrekking tot de pedagogische doelen uit het ICT beleidsplan;
  • de migratie naar ‘Zorgeloos in de cloud’ door de Rolfgroep is afgerond op alle scholen; 
  • alle scholen hebben geïnvesteerd in de aanschaf van nieuwe hardware passend bij de strategische keuzes van de school. De stafmedewerker ICT denkt mee met de onderwijskundig leider als het gaat om de soort device in relatie tot doelstellingen en leeftijdsgroepen;
  • ZuluConnect als leeromgeving voor leerlingen is een geslaagde pilot en in 2020 is deze digitale leeromgeving geïmplementeerd op alle scholen van Veldvest;
  • in samenspraak met de projectgroep AVG wordt op ICT gebied adequaat omgegaan met de AVG. Er is een notitie ‘datasystemen en beveiliging’ opgesteld met daarin een beschrijving van de gebruikte systemen binnen Veldvest;
  • ten aanzien van afspraken rondom veiligheid op de basisscholen op de digitale snelweg is er gekozen om te gaan werken met contentfiltering op basis van OpenDNS. Ondanks dat dit contentfilter nu is ingevoerd, blijft het noodzakelijk het gesprek met de leerlingen te blijven voeren met betrekking tot het gebruik van internet en ze wegwijs te maken op de digitale snelweg, waarbij leerlingen leren een kritische kijk te ontwikkelen;
  • de Sharepoint omgeving van de ICT-beleidsgroep is up-to-date gemaakt: alle medewerkers van Veldvest hebben toegang tot deze omgeving;
  • de beleidsgroep heeft zich bezonnen op aard en inhoud van de strategische agenda van de beleidsgroep. Zij wil zicht houden op nieuwe ontwikkelingen op ICT gebied, passend bij de brede doelstellingen van Veldvest zoals beschreven in het ICT-beleidsplan. Er is een verkenning gedaan in de wijze waarop scholen met elkaar verbonden kunnen worden, zodat zij van en met elkaar leren; 
  • de stafmedewerker ICT richt zich in eerste instantie met name op techniek, hardware en installeren van software, aanschaf van apparatuur, contracten en aanbestedingen. Daarnaast is er structurele ondersteuning met betrekking tot de technische component, in de vorm van een ICT-vaardige medewerker. Hierdoor krijgt de stafmedewerker meer ruimte voor het strategisch gesprek met de scholen. Vanuit dit gesprek houdt hij ruggespraak met de beleidsgroep. De onderwijskundige component is een verantwoordelijkheid van de school zelf. 

Beleidsgroep Passend Onderwijs

De beleidsgroep Passend Onderwijs heeft als opdracht te investeren in het vergroten en het verbinden van de kwaliteit van de strategische aanpak op het gebied van educatieve ondersteuning, systeemondersteuning en de uitvoering van de 1-Onderwijsroute om zo een kwalitatievere en planmatigere begeleiding te realiseren op de scholen.  

De focus op de individuele leerling in zijn of haar context, is de afgelopen periode verschoven naar de brede onderwijspraktijk op de betreffende school. Daarbij is steeds meer aandacht voor het leggen van een directe relatie met de geformuleerde ambities zoals omschreven in het schoolondersteuningsprofiel van elke school, de basisondersteuning zoals die van een school verwacht mag worden en het beleid van de Stichting.  

Op een viertal domeinen zijn de resultaten, welke een bijdrage leveren, aan het verbreden en verdiepen van de basisondersteuning op de scholen, in beeld gebracht:

Onderwijs

  • Alle scholen bieden ondersteuning aan leerlingen met rekenhulpvragen (dyscalculie)
    De expertise van leermonitoren, met betrekking tot rekenhulpvragen, is uitgebreid. Zij zijn beter in staat de toetsresultaten op school-, groeps-, en leerlingniveau te analyseren, waardoor de kwaliteit van de interventies vergroot is. Leermonitoren zijn met betrekking tot rekenhulpvragen beter in staat doelgericht de toetsresultaten op school-, groeps- en leerlingniveau te analyseren, waardoor er nog beter passende interventies uitgezet kunnen worden op deze drie niveaus. 
  • Alle scholen bieden ondersteuning aan leerlingen met leeshulpvragen (dyslexie)
    Ten behoeve van leerlingen met leeshulpvragen is het programma Tekst-Aid geïmplementeerd op de scholen. Dit programma wordt stichtingbreed gebruikt. Daarnaast wordt het programma “Bouw” ingezet.
    De expertise van de leermonitoren is uitgebreid met kennis omtrent een integrale aanpak rondom dyslexie. De leermonitoren zijn in staat leerlingen met een risico op leesproblemen vroegtijdig te signaleren en daarop actie te ondernemen in de preventieve sfeer.
  • Alle scholen bieden ondersteuning aan meer- en hoogbegaafde leerlingen
    Er heeft een stichtingbreed professionaliseringstraject plaatsgevonden met betrekking tot meer- en hoogbegaafdheid. De deelnemers hebben kennis en vaardigheden ontwikkeld om begaafde leerlingen in de eigen professionele context beter te kunnen begeleiden in alledaagse onderwijssituaties. Oplossingsgericht en handelingsgericht werken lag aan de basis van deze training.
    De bovenschoolse sleutelfiguur heeft op meerdere scholen ondersteuning geboden bij trajecten op leerling-, groeps- en schoolniveau. De leerkrachtvaardigheden zijn vergroot en het handelingsrepertoire is uitgebreid.

Ondersteuning

  • Monitoren 1-Onderwijsroute op schoolniveau
    De route is bekend en wordt vormgegeven op schoolniveau. Er is eenduidigheid in normativiteit ten aanzien van het vorm en inhoud geven van een ontwikkelingsperspectief. Daarnaast vindt er scherpe monitoring plaats op het voortraject en de 1-onderwijsroute op de scholen, opdat leerlingen vroegtijdig gesignaleerd worden, en de ondersteuning adequaat kan worden vormgegeven.  
  • De school biedt ondersteuning ten aanzien van sociale veiligheid en het omgaan met verschillen in gedrag
    In de CvIT ontstaat, in afstemming met collega-directeuren en orthopedagogen, eerste aanzet tot een normatief kader waarop arrangementaanvragen “getoetst” kunnen worden.
  • Het adequaat uitvoering geven aan leerlingarrangementen
    Focus blijft op het verhogen van de basisondersteuning, opdat meer leerlingen kunnen profiteren van het basisaanbod. Desalniettemin worden de arrangementen ingezet om de onderwijsbehoeften te expliciteren en ondersteuning vorm en inhoud te kunnen geven.
  • Er ontstaat een normatief kader dat ten grondslag ligt aan de advisering SO/SBO
    Er is een project SO/SBO ingericht, met als doelstelling inhoudelijk geëxpliciteerde criteria te formuleren die ten grondslag liggen aan en de “weging toekenning” SO, dan wel SBO.

Beleid

  • Signaleren van kwaliteitsrisico’s op de scholen, scholen voorzien van feedback. Er ontstaan ondersteuningspraktijken op scholen, waarbij er sprake is van handelingsverlegenheid op een van de thema’s.
  • De scholen hebben een duidelijke visie op de organisatie van Passend Onderwijs en voert zelf regie over wenselijke professionalisering en inspanning binnen het stichtingbrede beleid.
    De input is verzameld en door de bestuursadviseur gebundeld tot een professionaliseringsadvies. Op grond van de inventarisatie is een professionaliseringstraject rondom NT 2 vormgegeven.
  • Er is een ‘strategische taskforce’ ingericht. Het gesprek kenmerkt zich door het metacognitieve karakter, waarna een professionele, communicatieve dialoog zal ontstaan op locatie.
    Na evaluatie bleek dat een eenduidige strategische focus moeilijk te formuleren is. Nu werken twee directieleden aan een inventarisatie, vragenlijst om een stichtingbreed beeld te krijgen over hoe de Stichting acteert op de pedagogische dimensie en om hier een Kijkwijzer voor te ontwikkelen. Dit is sterk bedoeld ter concretisering van een aantal doelen en het denken hierover. Het Raamleerplan Burgerschap en Sociale Integratie en het Pedagogisch Handboek vormen een onderlegger voor deze Kijkwijzer.

Organisatie

Veldvest gebruikt LDOS zowel voor de PO-VO-overdracht als voor het indienen van aanvragen bij het Samenwerkingsverband.


Beleidsgroep Burgerschap en Ethische Vorming

De basisvisie op burgerschapsvorming die in schooljaar 2011-2012 door de beleidsgroep ‘burgerschap en ethische vorming’ werd ontwikkeld, is nog immer leidend.

Het Pedagogisch Handboek en het Raamleerplan Burgerschap en Sociale Integratie vormt de basis voor gezamenlijk gesprek en biedt scholen duidelijke kaders waarbinnen zij een eigen schoolspecifiek beleid (diversiteit) kunnen ontwikkelen. Het Raamleerplan raakt breder en dieper aan Burgerschap vanwege de koppeling aan kennis van ontwikkelingspsychologie en fasen van morele ontwikkeling. Pedagogische doelen van Cultureel leren en Constructivisme zijn rijker dan het inspectiekader voor Burgerschap.

WMK (werken met kwaliteit) vragenlijsten

De beleidsgroep is op zoek gegaan naar een stichting specifieke vragenlijst en is uitgekomen bij WMK. Werken met Kwaliteit (WMK) is een webbased kwaliteitsinstrument. Het legt de basis voor goede kwaliteitszorg. De WMK kaarten in ParnasSys zijn aangevuld met specifiekere vragen die directer in relatie staan tot de doelstellingen uit het Raamleerplan. Er is een pilot gestart op 3 scholen waar de vragenlijst wordt afgenomen bij leerlingen uit groep 6 en groep 8. De doelstelling van de vragenlijst is om zicht te krijgen op de stand van zaken op de verschillende scholen, in relatie tot de doelen van burgerschap zoals beschreven in het Raamleerplan Burgerschap en Sociale integratie wat betreft kennis, houding, vaardigheden en reflectie. Bedoeling van de pilot is: zicht krijgen op de gekozen inhoud en formulering van de vragen. Geeft dit voldoende informatie voor de regisseurs om het gesprek met de leerlingen te voeren?

In een later stadium wordt onderzocht of de vragenlijst gericht op de leerkrachten in dit kader ook van meerwaarde kan zijn.

Voor wat betreft de regisseur is de focus en de agenda van dit traject herbepaald.

Aspecten waarmee rekening gehouden werd, waren de aanwezigheid van nieuwe regisseurs, de roldefiniëring, verschillen in inzicht, kennis, vaardigheden alsmede de mate van doorgronding van het Raamplan Burgerschap en Sociale Integratie. Er zijn reflectieve schoolgesprekken gepland door de kopgroep van de regisseurs met de regisseurs en onderwijskundig leiders van de scholen.

De focus van het gesprek ligt op de rolneming van de regisseur(s), (verwachtingen over) wat er nodig is in de school en op welke manier het regisseurstraject daaraan kan bijdragen.

Op deze wijze wordt meer taal gegeven aan de manier waarop de rol van de regisseur(s) in de eigen context wordt vormgegeven en komen kansen en mogelijkheden aan het licht. Kansen op het gebied van professionele ontwikkeling van de regisseur(s) en ontwikkeling van het pedagogisch domein van de school.

De schoolgesprekken hebben een reflectief, studieus en onderzoekend karakter en zijn gericht op verdieping van het eigen denken (‘kritisch denken over je denken’).

Alliantie burgerschap

De SPB-3 (Scholenpanels Burgerschap 3 ) is voorjaar 2019 van start gegaan en loopt 4 jaar.
Net als voorheen krijgen scholen een rapportage van de UvA.

Deelnemende scholen zijn: bs. Eigenwijs, bs. St. Lambertus en bs. De Disselboom. 

De deelname van deze scholen zorgt er tevens voor dat de landelijke ontwikkelingen gevolgd worden.

Er mag geconcludeerd worden dat Veldvest in het kader van burgerschapsvorming een rijkere visie heeft en bredere doelstellingen en kennisbasis hanteert in relatie tot de landelijke ontwikkelingen op de basisscholen. Het stichting specifieke Raamleerplan voor burgerschapsvorming vormt de onderlegger bij de wijze waarop de Veldvestscholen burgerschap en sociale integratie vanuit de eigen identiteit doelgericht, leerplanmatig vorm en inhoud geven.
De beleidsgroep is dan ook van mening dat er vastgehouden kan en moet worden aan de in gang gezette eigen koers gericht op burgerschapsvorming en dat Veldvest zich hierin met het Raamleerplan conceptueel landelijk onderscheidend laat zien.


Beleidsgroep IPB

Wat we bereikt hebben:

  • eenduidige criteria en procedureafspraken bepalen de stichtingsnormativiteit en zijn karakteristiek voor de IPB-praktijk, waarbij het beleidskader richt en de professional inricht. Onderleggers hierbij zijn diverse theoretische concepten;
  • notitie “Opleiden in de school” is afgerond en verspreid onder alle scholen;
  • 3de- en 4de-jaarsstudenten die stage lopen binnen een van de Veldvestscholen ontvangen vanaf 1 september 2020 een stagevergoeding voor een duur van 10 maanden. Dit is vastgelegd in het formulier vrijwilligersvergoeding studenten en het contract werkplekleren als onderdeel van de notitie “Opleiden in de school”;
  • er is gestart met notitie “Zij-instroom”. Deze wordt in het eerste kwartaal van 2021 afgerond;
  • Veldvest heeft deelgenomen aan een “speed date event” van Hogeschool De Kempel ten aanzien van het werven van zij-instromers;
  • na een gedegen selectieprocedure heeft Veldvest 2 nieuwe zij-instromers aangenomen die vanaf maart 2020 werkzaam zijn geweest als onderwijsassistente en vanaf sept 2020 zijn gestart als zij-instromer;
  • focus op PR: hoe blijft Veldvest in beeld?;
  • notitie “IPB en Beoordelen” is herzien en vastgesteld en wordt verspreid in eerste kwartaal 2021;
  • 2 scholen binnen Veldvest zijn een pilot gestart met Qrabbl, als mogelijke oplossing voor de vervangersproblematiek;
  • door Dyade is een generieke beschrijving van een functiehuis gepresenteerd voor de schalen 4-8 en 10-12;
  • Veldvest participeert in het partnerschap Opleiden in de school vanuit Fontys Pabo Eindhoven en ambieert om dit met studenten van Hogeschool De Kempel op dezelfde manier vorm te geven;
  • Veldvest heeft enkele bijeenkomsten georganiseerd voor studenten, startende leerkrachten en min-maxers om in te steken op de kwaliteit van het personeel en de binding met de werkgever;
  • mobiliteit en matching vormt samen met vervanging van personeel een continu aandachtspunt van de beleidsgroep, teneinde de kwaliteit van personeel op de scholen zo goed mogelijk te waarborgen.

Er is een nieuwe externe vertrouwenspersoon voor Veldvest aangesteld. Gesprekken zijn gevoerd ten aanzien van trainingen interne vertrouwenspersonen.


Beleidsgroep Communicatie

Wat we bereikt hebben:

  • inrichten en opstellen van het digitale jaarverslag 2019;
  • de websites van de scholen van Veldvest zijn eigentijds, hebben een frisse uitstraling en zijn actueel;
  • op gezette tijden wordt gebruik gemaakt van een professionele fotograaf voor actuele fotoreportages op de scholen en het maken van seizoensgebonden foto’s van de schoolgebouwen ten behoeve van de website van Veldvest en het jaarverslag. De scholen kunnen deze foto’s ook aanwenden voor de eigen website;
  • de communicatie op de scholen krijgt op professionele wijze vorm;
  • de werkgroep Communicatie heeft aan een extern communicatiebureau input geleverd voor een nieuw communicatieplan. Het plan van dit bureau dient als basis voor het nieuwe communicatieplan van Veldvest, waarin met name aandacht is om de kwaliteit van Veldvest op een minder bescheiden wijze uit te dragen en waarbij ingezet wordt op het werven van nieuw personeel. Dit plan wordt in 2020 gerealiseerd;
  • de Facebookpagina van Veldvest wordt gebruikt voor het plaatsen van stichtingbrede berichten en het werven van nieuw personeel. Voor dit laatste wordt ook gebruik gemaakt van Indeed, Boardroom Match en Linked In;
  • wekelijks verschijnt een actueel nieuwsitem op de website van Veldvest;
  • de schoolvensters op de website Scholen op de Kaart worden blijvend door de scholen van Veldvest geactualiseerd;
  • de beleidsgroep was initiator voor enkele scholen in de totstandkoming van de schoolgidsen. Hierbij heeft de beleidsgroep zorg gedragen voor het aanleveren van diverse centrale paragrafen;
  • twee maal per jaar wordt gezorgd voor het plaatsen van een advertentie in de lokale krant ten behoeve van de centrale wervingsweken. Hiervoor is een nieuwe, aantrekkelijkere advertentie gemaakt om ouders op de wervingsmomenten te wijzen;
  • opstellen van stichtingsbrede brieven om de berichtgeving aan ouders op eenduidige wijze te verzorgen;
  • de beleidsgroep Communicatie heeft een persbericht aangeleverd met betrekking tot Frisse Scholen in het kader van de landelijke discussie rondom ventilatie in de verspreiding van het coronavirus;
  • de mogelijkheid van een stageperiode voor de beleidsgroep Communicatie is verkend, maar heeft helaas niet tot resultaat geleid;
  • er is onderzoek gedaan naar de mogelijkheid tot scholing op het gebied van social media;
  • vervullen van een coördinerende rol in de communicatie tussen de Veldvestscholen en de combinatiefunctionarissen van de Brede School Veldhoven;
  • de beleidsgroep Communicatie heeft een efficiënte jaarcyclus opgezet waarin relevante stichtingsdocumenten tijdig worden opgeleverd;
  • in het kader van representatie en leefbaarheid wordt in samenspraak met de scholen bepaald welke gevelborden het beste geplaatst kunnen worden. Offertes worden bekeken en op elke school zal zichtbaar worden dat het een school is die behoort tot stichting Veldvest;
  • waar nodig wordt ondersteuning geboden aan scholen ten aanzien van de website van de school (plaatsen informatie, gebruik foto’s, etc.);
  • persberichten uit de media worden, indien van toepassing, gedeeld met de leden van de raad van toezicht.

Professionalisering

De scholen hebben schoolspecifieke keuzes gemaakt ten aanzien van professionaliseringstrajecten, passend bij de strategische thema’s van de school. De ambitie van de scholen blijft onverkort van kracht, maar de professionalisering heeft -vanwege de coronapandemie- op de scholen geleid tot temporisering van de strategische agenda.

Ook blijft er sprake van een stevige continuïteit in de stichtingbrede professionaliseringsambitie. Vanuit de intrinsieke behoefte van leermonitoren en regisseurs om elkaar frequent te ontmoeten (ook op digitale wijze) en studie te verrichten naar relevante thema’s, is de mate van “zelf-agendering” waarbij inhoud en ondersteuningsvorm worden gekozen door de deelnemers, gecontinueerd. De afstemming met het bestuur verloopt nagenoeg organisch. Voor de leermonitoren staan een verdere bekwaming in data-analyse en NT2 op het programma, terwijl de regisseurs met steun van vanuit Hogeschool De Kempel de pedagogische dimensie aanscherpen rondom (ervaren) pedagogische dilemma’s.